Bouw
De Nordsvensk is een zwaar, gehard koudbloed ras.
Waar de Noordzweed het meest om bekend staat, zijn de expressieve ogen,
mooie snuit en hoge hals. Het heeft een bijzonder hoofd welke erg veel uitstraling
heeft. Het enigszins hoekige
hoofd en de oren recht en relatief klein. De hals is kort en gebogen. De schouders lopen
goed schuin af en zijn krachtig gebouwd. De achterhand is rond. Het is een
klein paard met veel diepte en staat op goede, korte, stevige benen. De
beharing is dik. Aan de onderbenen zit wat behang en de manen en staart zijn
weelderig. De rug is vaak nogal lang, maar wel sterk. De merries zijn over
het algemeen wat smaller als de hengsten/ruinen. Uit onze ervaring blijkt
dat het paard pas echt volgroeid is rond zijn vijfde tot zesde jaar. Dit is
vooral goed terug te zien bij de hengsten. Tijdens de groei (van veulen tot
volwassen) groeit de Nordsvensk wat onregelmatig.
Daardoor zijn vaak de jaarlingen niet erg mooi. De stokmaat ligt gemiddeld
tussen de 1,50 en 1,60 m. De stokmaat van de merries
ligt rond de 1,53 en de hengsten rond de 1,57 meter. Binnen het ras zijn er twee types. Er is
een wat gedrongen type (Brukshäst) en een wat sierlijker type (Travare).
Het ras heeft een lange levensduur en zou immuun zijn voor de meeste normale
paardenziekten. |
 |